Op deze pagina kunt u kennismaken met de persoon en het werk van Hildegard van Bingen. Als u kennis wilt nemen van een genuanceerde beschrijving van het leven van Hildegard van Bingen dan is het zeer aanbevelenswaardig de Nederlandse vertaling van haar biografie te lezen. Deze biografie is reeds ten tijde van Hildegard zelf geschreven in het Latijn. Tony Lindijer heeft deze zogenaamde vita vertaald en van een uitvoerige inleiding voorzien in haar boek: De vita van Hildegard, uitg.Verloren, Hilversum, 2000. Tony Lindijer is lid van studiegroep Scivias Hildegardis.
HILDEGARD VAN BINGEN (1098-1179) werd geboren in een adellijk gezin dat woonde op het slot van Bermersheim, niet ver van Mainz. Voor haar opvoeding werd ze aan de recluse Jutta van Spanheim toevertrouwd, die in een cella woonde die tegen de kerk van het klooster Disibodenberg was gebouwd. Ze leerde van haar in de eerste plaats Latijn, maar ook het zingen van het officie en de geneeskunst van die tijd. Toen Jutta in 1136 stierf, werd Hildegard gekozen tot abdis van het nonnenkloostertje dat was ontstaan.
Disibodenberg deel van de ruïne (te bezoeken – zie de knop ‘links’)
Het was in deze tijd dat Hildegard, met behulp van haar secretaris Volmar, de visioenen die zij vanaf haar 42e levensjaar kreeg, begon op te tekenen. De officiële kerkelijke autoriteiten volgden haar visioenen in eerste instantie argwanend. Dit veranderde toen tijdens de synode van Trier in 1147 de heilige Bernardus van Clairvaux en de aartsbisschop van Mainz haar onder de aandacht van paus Paus Eugenius III brachten, die haar aanspoorde en bemoedigde om haar werk voort te zetten. Zo kon zij met de zegen van de Kerk haar eerste grote werk, Scivias voltooien: Ken de wegen van de Heer.
In 1147 wilde Hildegard, met nieuw zelfvertrouwen, haar vrouwenklooster onafhankelijk van Disibodenberg maken. Deze (voor die tijd eigenwijze) wens wekte de woede van abt Kuno van Disibodenberg, die de beroemde zuster voor zijn klooster wilde behouden. Na een beroep op de bisschop dat met het nodige drama gebracht werd ging de stichting toch door, en nog in datzelfde jaar vertrok Hildegard met haar
zusters naar de Rupertsberg bij Bingen.Rupertsberg te Bingen
Het was in het nieuwe klooster dat Hildegards meest productieve jaren vielen. Daar componeerde ze bijvoorbeeld ook de muziek die haar tegenwoordig opnieuw beroemd maakt. Deze muziek is net zo afwijkend van het gebruikelijke als haar andere werken, en vormt in feite een geheel eigen tak aan de boom van het Gregoriaans, als het daar al onder te rangschikken valt.
Naast de muziek schreef ze nog twee grote visioenenboeken: Liber Vitae Meritorum oftewel Boek van de verdiensten van het leven (1150-1163) en Liber Divinorum Operum oftewel Boek van Goddelijke werken (1163.) Ook van haar hand zijn de Physica en Causae et Curae (1150), twee werken die samen beter bekend staan als Liber Subtilitatum. Deze handelen niet over theologie, maar over de natuur en de geneeskunst.
De invloed van Hildegard nam ondertussen een hoge vlucht, doordat allerlei hooggeplaatsten aan haar raad kwamen vragen. Zij schreef vele brieven.
Aan het einde van haar leven kwam ze nog in ernstige moeilijkheden doordat ze een geëxcommuniceerde in gewijde grond had laten begraven. Daardoor liep ze met haar hele gemeenschap dezelfde straf op. Haar gemeenschap mocht zich geen klooster meer noemen, de zusters mochten geen sacramenten meer ontvangen en ze mochten zelfs niet meer zingen bij de getijden! Uiteindlijk kreeg ze, hoewel ze geen duimbreed wilde toegeven, toch gelijk, wat haar tekent.
Het schrijn met de relieken van Hildegard van Bingen bevindt zich in de parochiekerk van Eibingen.
De schrijn waarin de relieken van Hildegard worden bewaard (Parochiekerk Eibingen – te bezoeken.)
Op 17 september van het jaar 1179 stierf Hildegard van Bingen op de leeftijd van 81 jaar. De aanwezigen zagen op dat moment hoe vanuit de hemel een helder licht op haar sponde viel. Haar relieken werden in 1642 overgebracht naar de parochiekerk in Eibingen. Ze is nimmer officieel heilig verklaard, maar staat ( in Duitsland) toch – als volksheilige – op de heiligenkalender.