Hildegard heiligverklaring

De heilige Hildegard van Bingen (1098-1179)  is op 6 oktober 2012 door de paus uitgeroepen tot Kerklerares. De middeleeuwse mystica is daarmee, na Teresa van Avila, Catharina van Siena en Theresia van Lisieux, de vierde vrouw die de eretitel heeft gekregen. In totaal kent de katholieke Kerk nu 35 Kerkleraren. De titel is weggelegd voor heiligen die door hun leven en geschriften een bijzondere bijdrage hebben geleverd aan de katholieke leer. De plechtigheid heeft plaatsgevonden op het plein voor de St. Pieter.

De titel Kerkleraar of Kerklerares (Doctor Ecclesiae) is een titel in de Rooms-katholieke Kerk die door het kerkelijk gezag in een uitdrukkelijke verklaring verleend wordt aan schrijvers en schrijfsters die uitmunten door hun heiligheid in levenswijze, hun getrouwheid aan de kerkelijke leer en hun grote geleerdheid. De titel is ontstaan uit de verering van de vier westerse vaders van de Kerk. (Gregorius de Grote, Ambrosius, Hiëronymus en Augustinus).  (bron: www.rkdocumenten.nl)

In een reeks catecheses heeft de vorige paus Paus Benedictus XVI successievelijk de meeste van de kerkleraren besproken tijdens de Algemene Audiënties. Zo ook besprak hij reeds in 2010 tijdens twee audiënties Hildegard van Bingen. Hier kunt u die teksten vinden:

https://www.lucepedia.nl/dossieritem/hildegard-van-bingen/audientielezingen-van-paus-benedictus-xvi-over-hildegard-van-bingen

LAATSTE NIEUWS (Kath. Nieuwsblad, 10 mei 2012)

De benedictines Hildegard van Bingen (1098-1179) mag voortaan door de hele Kerk als heilige vereerd worden. Paus Benedictus XVI heeft haar tot die eer verheven, meldde de Congregatie voor de Heiligverklaringen vandaag. De mystica werd al als heilige vereerd in de Duitstalige bisdommen en de benedictijner orde. Haar feest wordt daar op 17 september gevierd. Omdat Hildegard nooit officieel heilig verklaard werd, was een bevestiging door de paus voorwaarde voor een wereldwijde verering.

Reactie Duits episcopaat (RKK website)
De voorzitter van de Duitse Bisschoppenconferentie, mgr. Robert Zollitsch, reageerde verheugd en dankbaar op het decreet. “Het is een belangrijke stap voor de wereldkerk dat de aanzienlijke persoonlijkheid van de heilige Hildegard von Bingen opnieuw een bijzondere waardering heeft gekregen. Zij wordt in ons land hooggeschat. De abdij van Eibingen is een belangrijk bedevaartsoord en Hildegard-centrum geworden.”

Hieronder een opiniestuk van dr. Hans Wilbrink over het thema: Hildegard, kerklerares.

OPINIE:

Hildegard van Bingen, kerklerares (Dit artikel is in enigszins verkorte vorm verschenen in het Nederlands Dagblad op 13 oktober 2013)

Zondag 7 oktober jl. is de twaalfde-eeuwse mystica Hildegard van Bingen door paus Benedictus XVI tot kerklerares benoemd. En dat is een eer die vóór haar slechts aan vierendertig anderen te beurt gevallen is. Een kerkleraar is iemand die de orthodoxe katholieke leer in woord en geschrift op een bijzondere manier heeft verdedigd, verdiept en blijvend heeft verrijkt. Vandaar dat er grote namen onder de gelauwerden te vinden zijn, zoals Ambrosius, Augustinus, Bernardus van Clairvaux en Thomas van Aquino. Het zijn denkers die het (vroege) christendom hebben vormgegeven, die belangrijke leerstukken, zoals bijvoorbeeld de leer van de Drieënheid hebben geanalyseerd en verklaard – dat wil zeggen helderder hebben gemaakt –  en wier geschriften en opvattingen de tand des tijds hebben doorstaan.

In de vorige eeuw werd het kleine leger van kerkleraren (inderdaad voornamelijk mannen) uitgebreid met enkele nieuwe categorieën: de mystieken en de predikers van de liefde.  Mannen en vrouwen die niet zozeer op grond van hun rationeel theologische inbreng werden gepromoveerd, maar veel meer vanwege hun voorbeeldige, uitzonderlijke monastieke ingetogenheid of  wegens hun bijzondere, manifeste liefdesverhouding tot God. We noemen in dit verband Theresia van Lisieux, Johannes van het Kruis, Theresia van Ávila en Catharina van Sienna.

Tot welke categorie behoort Hildegard? Haar verdiensten liggen niet zozeer op het gebied van de systematische theologie, ook niet op het gebied van de exegese of de moraaltheologie, al vertonen al haar geschriften daarvan vele elementen. Zij was geen vernieuwend theoloog en speelde geen grote rol in het twaalfde-eeuwse theologisch dispuut. We moeten haar dus niet scharen onder de baanbrekende theologen van de kerkgeschiedenis. Ze kende het werk van de meeste groten wel. Zo kunnen we in haar werk  sporen aantreffen van de neoplatonisten Pseudo-Dionysius de Areopagiet en  Plotinus en was ze zeer goed op de hoogte van het werk van Augustinus. Ze correspondeerde met Bernardus van Clairvaux en nam met Odo van Soissons deel aan de discussie over de (on)deelbaarheid van God in de zogenaamde universaliënstrijd. Ook heeft ze in haar brieven en in een preek uiting gegeven aan haar afkeer van de Katharen, die in haar tijd overal invloed kregen, ook in het Rijnland waar zij woonachtig was.

Hildegard van Bingen is een bijzonder begaafde en begenadigde mystica, wier leven en werk geheel in het teken stonden van de vervulling van Gods woord. Gods woord dat zij direct hoorde en waarbij zij een baaierd van beelden te verwerken kreeg. Zij was als geen ander in staat om die overweldigende goddelijke influx linguaal te transformeren in geschriften die ook nu nog aanspreken. Hildegard was receptief ingesteld, dat wil zeggen ze streefde niet zelf naar een unio, een eenwording met God tijdens het leven, zoals we dat bijvoorbeeld aantreffen bij de extatische Hadewijch van Brabant. Nee, Hildegard stelde zich open en ontving een zodanige goddelijke genadestroom dat zij die nauwelijks kon absorberen. Ze werd er dikwijls ziek van en bedlegerig. Pas als ze zich, samen met haar compaan, de monnik Volmar, aan het schrijven zette, kwam de ontspanning.

De inhoud van haar boodschap was tweeledig: ze wilde de geestelijkheid van haar tijd vermanen, veranderen en opnieuw inspireren. En ze wilde eenieder die voor haar werken openstond de weg wijzen naar het meest innige contact met de Schepper. In haar drie grote visionaire geschriften stelt zij het liederlijk gedrag van vele geestelijken onomwonden aan de kaak. Ze ziet de Kerk teloor gaan aan de verwerpelijke praktijken van vele prelaten en ze geeft aan dat juist door het gebrek aan leiding en inspiratie en het ontbreken van het goede voorbeeld seculiere en ketterse tendensen zich beginnen af te tekenen.

In diezelfde grote visionaire werken is ze echter minstens zo pregnant in het aangeven van de juiste weg. In werkelijk prachtige teksten beschrijft ze de strijd van de menselijke ziel terug te kunnen keren naar haar goddelijke oorsprong. Ze tekent de mens in zijn onmacht, zijn vechten tegen de duivelse verleiding, zijn strijd tegen de onwijsheid van medemensen. Ze beschrijft het  verlangen naar de moederlijke omarming van de goede God en de drang terug te willen keren in de hemelse bescherming van de Schepper. En ze geeft ook de aardse weg aan die elke mens moet gaan: eerst de Timor Dei, de Vreze Gods, de overtuiging van de noodzaak klein te moeten worden, nederig, of, met dat mooie oude woord, ootmoedig.  De ootmoedige mens heeft ruimte in zijn geest en zijn hart voor de genadestroom van God.

Hildegard van Bingen wordt kerklerares. Ze ontvangt deze oeuvreprijs niet omdat ze zo’n grote en geleerde theoloog was, maar omdat ze op originele en indringende wijze aan eenieder onophoudelijk en in allerlei toonaarden  hét  christelijk kern-adagium voorhoudt: wie God ervaren wil, moet nederig worden. En, we kunnen er bij Hildegard niet omheen, dat geldt a fortiori voor de geestelijke stand.

Hans Wilbrink

Dr. Hans Wilbrink (1949)  is neerlandicus en sociaal wetenschapper. Hij promoveerde in 2006 aan de Radbouduniversiteit te Nijmegen op een proefschrift over Hildegard van Bingen en Hadewijch van Brabant. (Amplexio Dei, de Omarming Gods, Maastricht/Aken 2006). In september 2013 publiceerde hij, bij uitgeverij Berne Media/Abdij van Berne, zijn Hildegardbiografie met de titel OOTMOED, leven en werk van Hildegard van Bingen. In 2014 verscheen daarvan de tweede druk. ISBN 978-90-8972-063-4.